Informatie
De Palmenfamilie vormt een bijzondere groep bomen. De meeste bomen op de wereld behoren tot de tweezaadlobbige planten ( zoals eik, linde, iep ) of de naaktzadige planten ( zoals den, spar ). Palmbomen behoren tot de eenzaadlobbige planten, een groep planten die geen diktegroei kent. Palmen worden op latere leeftijd dan ook niet dikker. Palmen bereiken hun maximale dikte al vrij snel achter hun groeipunt. Een andere bijzonderheid van de palmen is hun monopodiale groeiwijze, dat wil zeggen dat hun stam zich niet vertakt. Bovenop de stam, aan het uiteinde, staan de waaiervormige bladeren en de bloeiwijzen. Het grootste deel van de ongeveer 3500 palmen-soorten komt voor in de tropen en de subtropen, met als belangrijkste centra het Amazonegebied en de Indo- Maleisische gebied.
De meest voor de hand liggende indeling van palmbomen is naar het blad. We kunnen dan het onderscheid maken tussen handvormige en veervormige bladeren. Palmen met een handvormig blad worden waaierpalmen genoemd, palmen met een veervormig blad worden vederpalmen genoemd.


